Gerardus Magazine 2020-3

2020-3

Je bent jong...

"Dit is het land van onze toekomst"

In 2002 vroeg een organisatie voor noodopvang van vluchtelingen aan Klooster Wittem om tijdelijk onderdak voor een Armeens gezin dat na een afgewezen asielaanvraag op straat stond: een vader en moeder, Souren en Sonja, met Edgar van 13 en Edita van 12 jaar. Souren was een christen, geboren in het huidige Georgië; Sonja van moslim-afkomst uit Azerbeidzjan. In het omstreden grensgebied  tussen Azerbeidjan en Armenië werd zo’n  gemengd huwelijk niet geduld en vooral Sonja had het heel zwaar. Met name zij was ernstig getraumatiseerd. Nu, 18 jaar later, is zij totaal niet meer dat bange, angstige vogeltje van toen we haar leerden kennen.

 

‘Nu genieten wij van hún gastvrijheid’. Links: dochter Edita en Sonja, staand: Souren sr., voorgrond: EdgarDe paters van Wittem hielden zich buiten de vraag of ze nu wel of geen recht hadden op asiel, maar dat ze geen veilig onderdak hadden, was voldoende reden om hen op te nemen. Voor hooguit drie maanden waarin ze de uitslag van een hernieuwde aanvraag konden afwachten. Maar door de ingewikkelde procedures werden dat zeven  jaar! Er groeide een hechte band met dit gezin Ook voor de communiteit was het een verrijkende tijd. Oudere paters konden hun opa-gevoelens kwijt door de kinderen te helpen met huiswerk en met hen uitstapjes te maken. Twee pubers die dus in een klooster volwassen werden!
Van dichtbij maakten we ook mee, hoe moeizaam en soms absurd zo’n asielprocedure is. Na vele jaren tussen hoop en vrees werden ze eindelijk als asielzoeker erkend en het was een bijzonder moment toen we in februari 2009 hun huis in het Wittevrouwenveld in Maastricht konden inzegenen. Sindsdien mogen we heel vaak genieten van hún gastvrijheid. Vader Souren is o.a. koster in de kerk van die wijk en moeder Sonja is nog altijd kokkin van de communiteit.

 

Kinderen worden groot en Edgar is inmiddels 31 jaar, getrouwd met zijn voormalig buurmeisje Marine en twee jaar geleden vader geworden van Souren jr. Ik ga bij het jonge gezin op bezoek in een rijtjeswoning vlakbij Edgars ouders en ik kijk met hen terug, maar vooral vooruit naar hun toekomst hier in Nederland. Want ook voor hen geldt: ‘Je bent jong en je wilt wat…’

 

Hoe was dat, dat je als 13-jarige met je ouders jouw land en je omgeving moest verlaten?
“Ik vond het best erg om vriendjes in de steek te moeten laten, maar ik was op een leeftijd dat ik ook wel zag dat met name het leven van mijn moeder een hel was. Ik begreep heel goed dat ze weg wilden. Mijn zusje begreep dat minder en heeft het er eigenlijk nog altijd moeilijk mee. Via Moskou werden we naar het Westen gesmokkeld; we wisten niet dat we in Nederland terecht kwamen. Dat was een volkomen onbekend land voor ons. Maar ik heb me goed kunnen aanpassen. We gingen hier meteen naar school, leerden Nederlands en ik kon goed overweg met andere kinderen.”  

 

Ik haal met Edgar herinneringen op aan soms bizarre situaties die zij – en dus ook wij- meemaakten. We hebben het gezin een keer moeten wegbrengen naar Zevenaar, omdat zij zich opnieuw moesten aanmelden bij een asielzoekerscentrum. Maar gelukkig niet voor lang. “En weet je nog dat jouw vader een weekend lang in een politiebureau in Heerlen werd opgesloten wegens ’illegale grensoverschrijding’?” Hij was met mij gaan wandelen even over de grens en op de terugweg werd hij door de marechaussee bij de grens in Vaals uit de bus gehaald… 

 

Edgar, heb je bij al die obstakels op de lange weg om asiel te krijgen, niet vaak gedacht: ‘Dat wordt hier nooit wat. Waren mijn ouders er maar nooit aan begonnen?’
“Als jonge jongen dacht ik toen wel eens: ‘Nou, dan gaan we toch naar Frankrijk of Spanje?’ Eén ding was zeker: er is geen weg terug naar Armenië. Toen mijn vader in het politiebureau zat, was mijn moeder helemaal in paniek, maar ik dacht: ‘och, het komt wel goed’. Uiteindelijk zijn we hier geaccepteerd”. 

 

Souren jr, Edgar en Marine

Marine, jij bent later naar Nederland gekomen…
“We waren in Armenië buren van elkaar. Toen Edgar weg was, hebben we elkaar uit het oog verloren, maar via sociale media kwamen we elkaar toevallig weer op het spoor en is er weer contact ontstaan. Pas toen Edgar de papieren had om naar het buitenland te mogen reizen, hebben we elkaar weer gezien. Niet in Armenië, want dat is voor Edgar verboden, maar in buurland Georgië. Pas toen hebben we besloten samen door het leven te gaan. Dat onze toekomst in Nederland zou liggen was voor mij nog geen uitgemaakte zaak. Maar nu we een kindje hebben, ben ik over de streep: dit is het land van onze toekomst”. 

 

Edgar, je hebt nu zelfs een HBO-opleiding gedaan. Maar nu heb je een losvast baantje als pakket­bezorger…
“Ik heb eerst twee jaar Nederlands geleerd, toen twee jaar VMBO in Nyswiller (vlak bij Wittem). Ik wilde eerst het ICT-vak in, maar koos uiteindelijk voor internationale handel en volgde daartoe vier jaar de MBO in Heerlen. Maar toen ik daarmee klaar was, mocht ik niet gaan werken: we zaten toen nog in de asielprocedure en dan mag je niet werken. Dat was heel frustrerend. Ik ben toen maar verder gaan studeren: een HBO-opleiding internationale handel. Omdat ik naast Nederlands en Engels daar ook nog eens Duits voor moest gaan leren, ben ik overgestapt op commerciële economie. Ik moest intussen ook voor de kost zorgen voor ons jonge gezinnetje en naast de studie ook gaan werken. Zo kwam ik in de pakketbezorging. Dat bedrijf is failliet gegaan en toen stond ik op straat. Nu doe ik vooral klussenwerk in die branche. Van de HBO-opleiding heb ik eigenlijk alles achter de rug, behalve de verplichte stage van 20 weken met een afstudeerscriptie. Ik zoek nu iets voor 20 uur per week, want geld verdienen moet door kunnen gaan. Ik hoop vurig dat ik die opleiding nu kan afronden met een diploma, want dan kan ik een echte baan zoeken die daarbij past en dan ligt de toekomst voor mij open!”

Henk Erinkveld CSsR